Foto - Corrida de buriti - Kees van Vliet - April 2008

Nieuwsbrief III – Casa de Farinha

Brazilië, 4 augustus 2008.

Vanuit het Xavante reservaat Pimentel Barbosa waar de vuurjachten inmiddels zijn begonnen. Bij dit soort jachten wordt naar schatting om en nabij de 2000 hectaren strategisch in brand gestoken. De rookvorming drijft de dieren naar de gewenste plaats. Dit levert niet een enorme slachting op. Van het bejaagde gebied weet vaak meer dan de helft van de dieren te ontsnappen en soms levert het vrijwel niets op.

In Papa Mel is het ‘casa de farinha’ geheel afgerond. Vorige week is de voor het eerst de oven in gebruik genomen. Door de oven langzaam maar zeker flink op te stoken met brandhout is het gebruik ervan aan de gemeenschap en vooral aan de vrouwen gedemonstreerd. Hierbij was wel wat geduld nodig omdat het verhaal rond ging dat het zou kunnen exploderen. Alvorens wij begonnen met het maken van oven hadden zij dus al een bepaalde angst. Na wat geduld te hebben durfden de vrouwen, na eerst op afstand zittend het te hebben aangekeken, steeds dichterbij te komen totdat ze uiteindelijk rondom het fornuis stonden. Die dag erop hebben ze zich er aan gewaagd zelfstandig farinha te maken. Ik heb ze lekker hun gang laten gaan en me er maar weinig mee bemoeid of hoeven bemoeien. Want zij hebben immers de kennis van de bereiding en niet ik.

Deze houding van de niet-alles-beter-wetende-blanke werkt naar mijn idee goed. Op deze manier kan er makkelijker een gevoel van trots en verantwoordelijkheid worden gecreeërd; twee belangrijke uitgangspunten die ik bij de uitvoering steeds als uitgangspunt heb gehad. Dat letterlijk hun bloed, zweet en tranen in het werk zitten. Bijvoorbeeld met het maken van het palmendak heb ik mij in beide dorpen van de domme gehouden en gezegd er geen idee van te hebben hoe ik zoiets zou moeten maken. Daarom heb ik een persoon, een goede eerlijke harde werker de opdracht en verantwoording gegeven het te regelen. Bij de uitvoering ervan was ik bij beide dorpen toevallig net in het andere dorp aan het werk met wat anders. Met het stukwerk is het ongeveer hetzelfde gegaan. Ik heb het aan drie mensen geleerd en ze verder hun gang laten gaan en bij wisseling van mensen het hun elkaar laten leren. Het resultaat is wat grof maar absoluut niet slecht.

We hadden in eerste instantie twijfels of we in Caçula wel voldoende werkers zouden krijgen. Dit omdat de mensen met wie ik voornamelijk tot een drie weken geleden had gewerkt, zelf werk te verrichten hadden zoals het bouwen van een nieuw huis of het voorbereiden van de familieakker. Hier heb ik op in kunnen spelen door een aantal jongeren aan te spreken van het ogenschijnlijke allerluiste soort. Ik heb hun de voorwaarden en bijkomstigheden van het werk uitgelegd van tweemaal per dag een volle pot koffie en tweemaal per dag een goed bord met eten. Hier hadden zij wel oren naar en niet geheel onverwacht kwamen verborgen talenten aan het licht.

Om het ‘casa de farinha’ huis compleet te maken heeft de FUNAI onlangs aan beide dorpen een ralador of rasper geschonken. Deze wordt aangedreven door een dieselmotor om zo de mandioca in een snel tempo te kunnen raspen. In eerste instantie was ik hier niet helemaal blij mee omdat het nogal een gevaarlijk apparaat is. Behalve de rasper die veel schade aan kan richten aan handen en armen ligt de aandrijfriem ook nog eens open en bloot gevaarlijk dichtbij de gashendel. Aan de andere kant besef ik ook wel dat het voor de vrouwen de werkdruk behoorlijk kan verlichten. Ten eerste omdat het met de hand raspen enorm veel tijd in beslag neemt en ten tweede omdat er de mogelijkheid bestaat dat met de komst van de rasper de mannen dit werk over gaan nemen. De mannen vinden zo’n apparaat namelijk prachtig. Ze zijn aardig nieuwsgierig naar de werking ervan en bovendien zeggen zij allen dat de vrouwen er angst voor hebben het te gaan gebruiken.

Hoe dan ook heb ik bij de FUNAI en de gemeenschappen erop aan gedrongen het apparaat binnen in de opslagruimte van het gebouw te installeren met de aandrijfriemen aan de muurkant en met een uitlaat hoog door de muur. Niet ik maar Messias, een lokale Braziliaan die deels is opgegroeid in het reservaat en in het verleden veel met PUMA heeft samengewerkt, zal de installatie in opdracht van de FUNAI uitvoeren. Tevens zal hij het gebruik ervan aan de gemeenschap demonstreren en het hun leren. Een voordeel hierbij is dat Messias de taal spreekt en ook nu nog deels in het reservaat woont en met regelmaat voor de FUNAI werk in de dorpen uitvoert.

Iets anders. Als je sommige Xavante hun zin niet geeft kunnen ze nogal als kleine kinderen reageren, met name in het dorp Caçula. Ze zouden het liefst zien dat je ze geeft waar ze om vragen. Nu is het zo dat er zeker tien maal op een dag aan mij wordt gevraagd of ik niet een pak koffie en of suiker aan ze wil geven. Zo zijn er een paar bij die niet al te bescheiden zijn en er rustig om twee of meer vragen. Eenmaal heb ik ze in de Warã verteld over Sinterklaas en vooral ook gezegd dat ik die man niet ben. Niet omdat ik de gierige Nederlander wil zijn, maar alleen al om het feit dat ik er geen gewoonte van wil maken. Want eenmaal geef je ze wat en een paar dagen erop vragen ze het prompt weer. Daarbij als je één iemand iets geeft weet binnen de kortste keren het hele dorp wat Tsere wapre (mijn indiaanse naam) aan wie heeft gegeven. Alleen al omdat ik mij niet altijd zo gedraag zoals ze zouden willen of niet in ga op hun eisen ben ik bij vlagen bij sommige minder geliefd. Na enige tijd waait dit meestal wel over. Vreemd is dit niet omdat van oorsprong hun overlevingsstrategie en economie is gebaseerd op het geven en nemen. Door allerlei familie verbanden en andere relaties wordt er dus onderling in goederen en welvaart gedeeld en uitgewisseld. Dit zorgt voor een redelijk gelijke verdeling en maakt de overleving van de hele groep mogelijk. Met het oog op dit geven en nemen worden de huwelijksuitwisselingen goed strategisch doordacht want immers kan het de familie nog wel eens ten goed komen.

Tegenwoordig is deze overlevingsstrategie van geven en nemen en de daaraan gebonden sociale cohesie nog sterk aanwezig binnen de Xavante gemeenschappen maar is verval ervan wel duidelijk merkbaar. Wat er voor in de plaats komt is individualisatie en zelfverrijking.
Nu moet ik erbij zeggen dat die zelfverrijking ook in de hand wordt gespeeld door de FUNAI en de FUNASA door gebrek aan controle of corruptie. Want hoe kan het dat er verschillende Xavante pensioengeld ontvangen van de Braziliaanse overheid en nog bij lange na niet de leeftijdsgrens hebben bereikt om pensioensgerechtigd te zijn. Zelfs is er een Xavante die nog maandelijks pensioen geld ontvangt van zijn overleden vader… En zich zo de luxe heb kunnen veroorloven een televisie met satellietschotel te kopen en zich nu dagelijks afzondert van de rest om al het lekkers van de buitenwereld in zich op te nemen.

Een ding is zeker. Sinds de eerste contacten in de 18e eeuw en het definitieve contact in 1946 zijn het aan stuk door roerige tijden geweest voor de Xavante. Als het ware zittend in een onophoudelijke achtbaan nemen ze de wereld van de warazu (blanke) in zich op en laten ze er zich door overspoelen.

Ten slotte het laatste nieuws. Vanochtend op weg naar de stad vertelde Tiago de chauffeur van Caçula mij dat gisteravond in de Wara is besloten dat de mannen het werk van de pers en de ralador op zich gaan nemen. Goed nieuws dus voor de vrouwen in dit dorp. Misschien nog te vroeg om nu al conclusies te trekken, maar ik heb het gevoel, afgaande op het enthousiasme van beide dorpen en de reeds opgedane ervaringen met de mandiocapers en het fornuis, het Casa de Farinha huis veel zullen gaan gebruiken. Goed nieuws dus. Op naar de laatste loodjes en klaar is kees.

Met vriendelijke groeten

Kees van Vliet – Tserewapre

FUNAI (Fundação Nacional do Indio)
FUNASA (Fundação Nacional de Saúde)
PUMA (Proteção e Utilização do Meio Ambiente )