Project Yahuarcaca – Achtergrond

Het oeverlandschap van de Amazone rivier en de daarbij behorende overstromingsbossen vormen reeds voor duizenden jaren een belangrijke plaats voor inheemse bevolkingen vanwege de grote diversiteit en hoeveelheid aan vis, maar ook door de grote diversiteit aan eetbare vruchten en de vruchtbare grond waarop familie akkers worden aangelegd. Belangrijke elementen in dit landschap zijn de grote merengebieden die in de loop van de tijd gevormd zijn door het meanderen van de rivier. Het merengebied Yahuarcaca is hier een voorbeeld. Rondom de meren liggen de várzeas, de overstromingsbossen. Deze bossen kunnen vergeleken worden met de uiterwaarden in Nederland.

Deze overstromingsbossen vormen een belangrijk ecosysteem in het Amazone bioom waarbij een nauwe relatie ontstaat tussen de vissen en de vegetatie. Door de hevige regenval verder stroomopwaarts tot aan het Andes gebergte 1.000km verder (waar de Amazone rivier zijn oorsprong kent), treedt de rivier jaarlijks buiten haar oevers en stijgt plaatselijk tot wel 12 meter in hoogte en doet de bossen overstromen. Tegelijkertijd met het onderwater lopen van deze bossen staan vele soorten bomen in bloei of dragen vrucht en trekken vele soorten vissen aan vanuit de meren, beken en rivieren om zich te voeden met onder andere zaden en vruchten die vanuit het kronendak in het water vallen.

Behalve voor het levensonderhoud trekken de vissen ook deze gebieden in om zich voort te planten en om bescherming te vinden tussen de bomen en de luchtwortels. Verder trekken ook reptielen als kaaimannen, rivierschildpadden en andere dieren zoals de roze rivierdolfijn, rivierotter, en de amazone lamantijn (zeekoe) deze meren en overstroomde bossen in.

Sponsored Post Learn from the experts: Create a successful blog with our brand new courseThe WordPress.com Blog

WordPress.com is excited to announce our newest offering: a course just for beginning bloggers where you’ll learn everything you need to know about blogging from the most trusted experts in the industry. We have helped millions of blogs get up and running, we know what works, and we want you to to know everything we know. This course provides all the fundamental skills and inspiration you need to get your blog started, an interactive community forum, and content updated annually.

Project Yahuarcaca – Aanleiding en Belang

Voor de gemeenschappen die rondom de merengebieden wonen en langs de oevers van de Amazone rivier tussen Leticia en Puerto Nariño vormt vis de belangrijkste bron van dierlijke proteïne en vormt het verkopen van vis een belangrijke bron van inkomsten. Daarnaast dient het Yahuarcaca merengebied onder andere als drinkwaterbron voor de stad Leticia en heeft de hele regio een hoge potentie voor ecotoerisme.

Sinds het begin van de twintigste eeuw, toen het zogeheten Amazone Trapezium onderdeel werd van Colombia in plaats van Peru, heeft er veel migratie naar dit gebied toe plaatsgevonden, van gelukzoekers tot gedwongen arbeid in de rubbertapperij. Hiermee heeft er ook een toename plaatsgevonden van de menselijke druk op de natuurlijke hulpbronnen binnen het gebied en is het landgebruik vaak drastisch veranderd. Zo is de visserij toegenomen door de toename van traditionele vissers, de komst van commerciële vissers, de introductie van moderne netten en de mogelijkheid vis in te vriezen voor de commerciële verkoop ervan. Daarnaast is ook de vraag naar hout, brandhout en fruit toegenomen met als gevolg dat de bossen gedegradeerd zijn of volledig ontbost zijn voor het planten van gewassen of veeteelt.

Ondanks dat de visserij is toegenomen en er het gevaar bestaat van overbevissing vormt het verarmen en het verdwijnen van het leef- en foeragegebied van de vissen de grootste bedreiging. Immers met het verdwijnen van bepaalde boomsoorten of het gehele bos, kunnen vissen zich niet meer voeden met de vruchten en zaden van de bomen en verliezen zij hun broedplaatsen. Dit bevestigt het belang voor de gemeenschappen voor een goed en duurzaam beheer van dit landschap. Zo kunnen deze gebieden hun ecologische functies behouden en in het levensonderhoud blijven voorzien van de mensen van nu en voor toekomstige generaties. Dit benadrukt tevens de belangrijke rol die is weggelegd voor het (lokale)onderwijs en benadrukt het potentieel van ecotoerisme die vanuit de gemeenschappen kan en deels al wordt aangeboden.

Inheemse kennis in het onderwijs – Colombia
Sinds 1991 hebben de indianen gemeenschappen in Colombia het recht om naast het regulier onderwijs ook eigen lessen en lesmateriaal te ontwikkelen gebaseerd op hun cultuur en traditionele kennis; voor het behoud ervan maar ook om bij te dragen om als gemeenschappen het hoofd te kunnen bieden aan de huidige problematiek zoals hierboven beschreven. Echter door een gebrek aan specifieke kennis, ervaring en financiële middelen is het moeilijk dergelijk materiaal te ontwikkelen.

Project Yahuarcaca – Doelstellingen

Zoals eerder is beschreven, is het uiteindelijkedoel om bij te dragen aan 1) het behoud van de Traditionele Ecologische Kennis van onder andere de Tikuna Indianen en 2) dit effectief te gebruiken voor het bevorderen van een duurzame omgang met de natuur en daarmee de onder andere de biodiversiteit én daarmee gepaard gaande beschikbaarheid van voedsel zeker te stellen. De korte termijn doelstellingen of specifieke doelen van de eerste fase – Het Veldwerk – staan hieronder opgesteld.

  1. Samenstellen van een projectteam bestaande uit mensen/jongeren van Painü en bovendien het verbeteren van hun praktische vaardigheden qua organisatie en administratie.
  2. Identificeren, beschrijven, illustreren en in kaar brengen van Traditionele Ecologische Kennis m.b.t. het oeverlandschap en de relaties tussen mens,  dier en natuur.
  3. In kaart brengen van de woon en werkelijke leefgebieden van de direct betrokken gemeenschappen alsook de activiteiten die ze er uitvoeren.
  4. Identificeren en beschrijven van problemen, conflicten, negatieve gevolgen van recente ontwikkelingen en veranderingen die  de biodiversiteit en productiviteit van het gebied als systeem aantasten.
  5. Identificeren en beschrijven van oplossingen voor het verbeteren en bevorderen van een duurzaam beheer.
  6. Versterken en uitbreiden van de betrokkenheid en onderlinge samenwerking tussen de belanghebbenden: gemeenschappen, commerciële vissers en boeren, lokale en regionale overheidsinstellingen, bedrijven en andere organisatie’s.
  7. Ontwikkelen van concepten en strategieën voor de voortgang van het project.
  8. Het opstellen van een plan van aanpak voor de tweede en derde fase van het project. Afspraken maken met de samenwerkende partijen en rond krijgen van (co)financiëring.

Project Yahuarcaca – Voorgeschiedenis

Met betrekking tot de merengebieden Yahuarcaca en Tarapoto en de omliggende gemeenschappen zijn er in de afgelopen jaren al meerdere onderzoeken en projecten uitgevoerd op het gebied van creëren van draagvlak, duurzame visserij op gemeenschapsniveau en ecotoerisme. Hierbij is nauw samengewerkt tussen gemeenschappen, Corpoamazonia, de universiteit en enkele organisatie’s om de lokale kennis te koppelen aan academische kennis.

Zo is er in de afgelopen twee jaar is er in het Yahuarcaca gebied een project uitgevoerd (gefinancierd door USAID en Corpoamazonia) gericht op het verbeteren van de bekwaamheid op gemeenschappelijk organisatorisch niveau  en het draagvlak  te versterken wat betreft het opzetten van duurzame visserij.  Hierbij hebben de betrokken gemeenschappen een logboek bijgehouden van waar welke vis is gevangen en is er een monitoringsysteem opgezet waarin de bewoners elkaar controleren op de visactiviteiten van de medebewoners.  Daarnaast is er constructief gewerkt  voor het creëren van een ecotoerisme organisatie met drie gemeenschappen rondom het merengebied Yahuarcaca wat geleid heeft tot de gemeenschappelijke organisatie PAINÜ.

Bij het merengebied Tarapoto zet Omacha, een Colombiaanse ngo, zich al jaren in voor het behoud van o.a. de roze rivierdolfijn en de lamantijn (zeekoe) en gebruiken daarvoor een integrale aanpak; voor het behoud van deze dieren, moet ook een de leefomgeving en de voedselbronnen behouden blijven. Zodoende heeft dit o.a. geleid tot het opzetten van een gemeenschappelijk beheer van de meren en bossen en tot herbebossing.

Verder zijn de meeste van de tot het projectgebied behorende gemeenschappen actief met het aanbieden en ontwikkelen van (eco)toerisme.

Project Yahuarcaca – Gebied

Het projectgebied bevind zich in het uiterste zuiden van Colombia in het departement Amazonas in het zogenaamde Trapecium waar Colombia grenst met Brazilië en Peru. Het is de enige plaats waar Colombia toegang heeft tot de grote Amazone rivier (Rio Solimões genaamd in Brazilië). Op het drielandenpunt ligt Leticia, de hoofdstad van het departement. Het projectgebied omslaat het oeverlandschap langs de rivier vanaf Leticia tot aan de gemeenschap Puerto Nariño en de daartussen en omheen liggende gemeenschappen die hun woon- en leefomgeving hebben in dit landschap.

Samenvatting Evaluatie Project Mandioca 2011 – Door F. Leeuwenberg

In drie van de vier dorpen, te noemen: 1) Papa Mel, 2) Caçula en 3) Pimentel Barbosa, is het Casa de Farinha goed benut vanaf het moment dat het gerealiseerd en ingebruik genomen was tot op het moment van de evaluatie (juni/juli 2011). De huisjes worden voor 2 á 3 periodes per jaar veelvuldig gebruikt, dat wil zeggen intensiever dan buiten deze perioden,  en vallen samen met de periode waarin de cassave normaliter wordt geoogst: bij aanvang van het regenseizoen in december tot halverwege het regenseizoen in februari en aan het einde van het regenseizoen tussen april en mei.

Daarnaast intensiveert het gebruik in tijden van traditionele ceremonies, die afhankelijk van hun ceremoniale traditionele cyclus, dagen, weken tot zelfs maanden kunnen duren. Tijdens de drukste weken kunnen er families in de wacht staan. Op zulke momenten gaan de families die nog een oude bakplaat hebben de farinha bereiden zoals voor het project gebeurde; zonder oven en zonder bescherming van de benen*.

Volgens de een-op-een gesprekken met de vrouwen en bij de warã blijken alle vrouwen goed te spreken over het Casa de Farinha, met name met betrekking tot de feiten dat: a) ze niet meer de benen branden, b) zij aanzienlijk minder brandhout nodig hebben voor in de oven, c) dat de bereiding van farinha sneller en efficienter gaat met de pers en de oven. d) Verder blijkt de oven qua hoogte over het algemeen goed te zijn voor de Xavante vrouwen.

Sociale cohesie. Zowel de vrouwen als de mannen zien dat de families die gebruik maken van de Casa de Farinhas de vrouwen van een bepaalde familie meer contact en binding hebben gekregen met die van andere families.

Multifunctioneel. In alle dorpen vervullen de huisjes meerdere functies: a) voor het produceren van farinha, b) ontmoetingsplaats voor vrouwen en kinderen, c) voor vergaderingen overdag als voor de warã bij regen in de regentijd, d) als schooltje bij de culturele lessen. En in het geval van het dorp Bom Jesus da Lapa als kerkje en als permanente school. Zie hierna.

Bom Jesus da Lapa
In het dorpje Bom Jesus da lapa is het Casa de Farinha hoofdzakelijk in gebruik geweest voor het verwerken van cassave tot september 2010. Juist op het moment dat de cassave al flink was gegroeid heeft een ongecontroleerde brand het dorp geteisterd en de helft van de huizen doen afbranden alsook het kerkje en het schooltje. Geluk bij een ongeluk heeft een grote mango boom het cassave-huisje gespaard van het vuur. Dit heeft er toe geleid dat dit huisje anno 2011 voornamelijk worden gebruikt als kerkje en schooltje. Daarnaast, door interne politieke spanningen en een afscheiding van een belangrijke familie, is er na de brand nog maar weinig gewerkt en aangeplant op de akkers.

Conclusies
Na 3 á 4 jaar goed tot intensief te zijn gebruikt verkeren in alle vier de dorpjes  de huisjes in goede fysieke staat met alleen kleine beschadigingen aan o.a. de lage muurtjes waarop men kan zitten en aan de cassave-pers in twee dorpen.

In drie van de vier dorpen worden de Casa de Farinhas goed tot intensief gebruikt voor de functie waarvoor het in eerste instantie voor bestemd is (het bereiden van farinha), de aanwezige faciliteiten in het huisje (pers, oven, zeven en ander klein gereedschap) heeft het verwerkingsproces van de cassave eenvoudiger en efficienter gemaakt, de huisjes hebben een stimulerend positief effect op de sociale cohesie van de vrouwen, de cassave productie op de akkers is over het algemeen toegenomen, naast de hoofdfunctie blijken de huisjes tevens goed gebruikt te worden voor andere doeleinden. Tenslotte, ondanks dat de huisjes in feite nog altijd nieuw zijn binnen de Xavante cultuur, worden ze goed geaccepteerd. Van de enkele families die tot op heden nauwelijks of nog geen gebruik maken van de huisjes, is de verwachting dat ze op termijn de huisjes ook gaan gebruiken.

Door Ing. F. Leeuwenberg,
Brazilië, Cavalcante,12 juli 2011
Vertaald door Kees van Vliet uit het Portugees.

*Veel andere inheemsen bevolkingen in Zuid Amerika die, anders dan de Xavante, al lang bekend waren met het cultiveren en verwerken van de cassave plant, maken gebruik van (kleine) zelfgemaakte ovens die hun beschermen tegen de hitte op hun benen en rook. De Xavante raakten pas bekend met cassave vanaf het moment dat zij definitief contact kregen met de blanken in 1946.

Voortgang Project Mandioca

In de eerste maanden van 2011 is besloten de voortgang van Project Mandioca in alle vier de Xavante dorpen waar een casa de farinha of mandioca- of cassave-huisje is gerealiseerd te laten evalueren door Ing. Frans Leeuwenberg van de partnerorganisatie PUMA en hierop volgend de nodige nazorg werkzaamheden uit te laten voeren waaronder onderhoud en herstel maar ook het onderhoud van de relaties met de bewoners en dorpsleiders. Bij de voorbereidingen van het project in 2007 en 2008 is bij het begroten reeds rekening gehouden met de nazorg van het project voor de komende jaren. De evaluatie vond plaats in juni/juli 2011 en nam 9 dagen in beslag (inclusief een totale reisafstand van 2.500km).  Bij de evaluatie is met name gelet op het nakomen van de lange termijn doelstellingen van het project, de fysieke staat van de huisjes en het gebruik ervan.

Omdat Kees van Vliet, buiten Stichting Mandioca om, in de periode februari tot en met half juli 2011 werkzaam was in het Amazone gebied van Colombia aan de grens met Brazilië en daarmee relatief dichtbij het projectgebied van de Xavante was, is na onderling overleg besloten dat hij in samenwerking met de dorpelingen van de vier dorpen de nazorg uit zou voeren in de maand augustus van 2011. Deze periode is zeer nuttig gebleken omdat er naast de werkzaamheden aan de cassave-huisjes, de gesprekken in de warã* (dorpsraad), ook veel tijd is doorgebracht met de dorpelingen in hun dagelijkse activiteiten. Dit is een goede manier om op informele wijze te observeren hoe mensen werken en wat ze van bepaalde dingen vinden en ervaren.

*Warã is de traditionele dorpsraad die tweemaal daags plaatsvindt; bij zonsopgang en ondergang.

Nieuwsbrief III – Casa de Farinha

Brazilië, 4 augustus 2008.

Vanuit het Xavante reservaat Pimentel Barbosa waar de vuurjachten inmiddels zijn begonnen. Bij dit soort jachten wordt naar schatting om en nabij de 2000 hectaren strategisch in brand gestoken. De rookvorming drijft de dieren naar de gewenste plaats. Dit levert niet een enorme slachting op. Van het bejaagde gebied weet vaak meer dan de helft van de dieren te ontsnappen en soms levert het vrijwel niets op.

In Papa Mel is het ‘casa de farinha’ geheel afgerond. Vorige week is de voor het eerst de oven in gebruik genomen. Door de oven langzaam maar zeker flink op te stoken met brandhout is het gebruik ervan aan de gemeenschap en vooral aan de vrouwen gedemonstreerd. Hierbij was wel wat geduld nodig omdat het verhaal rond ging dat het zou kunnen exploderen. Alvorens wij begonnen met het maken van oven hadden zij dus al een bepaalde angst. Na wat geduld te hebben durfden de vrouwen, na eerst op afstand zittend het te hebben aangekeken, steeds dichterbij te komen totdat ze uiteindelijk rondom het fornuis stonden. Die dag erop hebben ze zich er aan gewaagd zelfstandig farinha te maken. Ik heb ze lekker hun gang laten gaan en me er maar weinig mee bemoeid of hoeven bemoeien. Want zij hebben immers de kennis van de bereiding en niet ik.

Deze houding van de niet-alles-beter-wetende-blanke werkt naar mijn idee goed. Op deze manier kan er makkelijker een gevoel van trots en verantwoordelijkheid worden gecreeërd; twee belangrijke uitgangspunten die ik bij de uitvoering steeds als uitgangspunt heb gehad. Dat letterlijk hun bloed, zweet en tranen in het werk zitten. Bijvoorbeeld met het maken van het palmendak heb ik mij in beide dorpen van de domme gehouden en gezegd er geen idee van te hebben hoe ik zoiets zou moeten maken. Daarom heb ik een persoon, een goede eerlijke harde werker de opdracht en verantwoording gegeven het te regelen. Bij de uitvoering ervan was ik bij beide dorpen toevallig net in het andere dorp aan het werk met wat anders. Met het stukwerk is het ongeveer hetzelfde gegaan. Ik heb het aan drie mensen geleerd en ze verder hun gang laten gaan en bij wisseling van mensen het hun elkaar laten leren. Het resultaat is wat grof maar absoluut niet slecht.

We hadden in eerste instantie twijfels of we in Caçula wel voldoende werkers zouden krijgen. Dit omdat de mensen met wie ik voornamelijk tot een drie weken geleden had gewerkt, zelf werk te verrichten hadden zoals het bouwen van een nieuw huis of het voorbereiden van de familieakker. Hier heb ik op in kunnen spelen door een aantal jongeren aan te spreken van het ogenschijnlijke allerluiste soort. Ik heb hun de voorwaarden en bijkomstigheden van het werk uitgelegd van tweemaal per dag een volle pot koffie en tweemaal per dag een goed bord met eten. Hier hadden zij wel oren naar en niet geheel onverwacht kwamen verborgen talenten aan het licht.

Om het ‘casa de farinha’ huis compleet te maken heeft de FUNAI onlangs aan beide dorpen een ralador of rasper geschonken. Deze wordt aangedreven door een dieselmotor om zo de mandioca in een snel tempo te kunnen raspen. In eerste instantie was ik hier niet helemaal blij mee omdat het nogal een gevaarlijk apparaat is. Behalve de rasper die veel schade aan kan richten aan handen en armen ligt de aandrijfriem ook nog eens open en bloot gevaarlijk dichtbij de gashendel. Aan de andere kant besef ik ook wel dat het voor de vrouwen de werkdruk behoorlijk kan verlichten. Ten eerste omdat het met de hand raspen enorm veel tijd in beslag neemt en ten tweede omdat er de mogelijkheid bestaat dat met de komst van de rasper de mannen dit werk over gaan nemen. De mannen vinden zo’n apparaat namelijk prachtig. Ze zijn aardig nieuwsgierig naar de werking ervan en bovendien zeggen zij allen dat de vrouwen er angst voor hebben het te gaan gebruiken.

Hoe dan ook heb ik bij de FUNAI en de gemeenschappen erop aan gedrongen het apparaat binnen in de opslagruimte van het gebouw te installeren met de aandrijfriemen aan de muurkant en met een uitlaat hoog door de muur. Niet ik maar Messias, een lokale Braziliaan die deels is opgegroeid in het reservaat en in het verleden veel met PUMA heeft samengewerkt, zal de installatie in opdracht van de FUNAI uitvoeren. Tevens zal hij het gebruik ervan aan de gemeenschap demonstreren en het hun leren. Een voordeel hierbij is dat Messias de taal spreekt en ook nu nog deels in het reservaat woont en met regelmaat voor de FUNAI werk in de dorpen uitvoert.

Iets anders. Als je sommige Xavante hun zin niet geeft kunnen ze nogal als kleine kinderen reageren, met name in het dorp Caçula. Ze zouden het liefst zien dat je ze geeft waar ze om vragen. Nu is het zo dat er zeker tien maal op een dag aan mij wordt gevraagd of ik niet een pak koffie en of suiker aan ze wil geven. Zo zijn er een paar bij die niet al te bescheiden zijn en er rustig om twee of meer vragen. Eenmaal heb ik ze in de Warã verteld over Sinterklaas en vooral ook gezegd dat ik die man niet ben. Niet omdat ik de gierige Nederlander wil zijn, maar alleen al om het feit dat ik er geen gewoonte van wil maken. Want eenmaal geef je ze wat en een paar dagen erop vragen ze het prompt weer. Daarbij als je één iemand iets geeft weet binnen de kortste keren het hele dorp wat Tsere wapre (mijn indiaanse naam) aan wie heeft gegeven. Alleen al omdat ik mij niet altijd zo gedraag zoals ze zouden willen of niet in ga op hun eisen ben ik bij vlagen bij sommige minder geliefd. Na enige tijd waait dit meestal wel over. Vreemd is dit niet omdat van oorsprong hun overlevingsstrategie en economie is gebaseerd op het geven en nemen. Door allerlei familie verbanden en andere relaties wordt er dus onderling in goederen en welvaart gedeeld en uitgewisseld. Dit zorgt voor een redelijk gelijke verdeling en maakt de overleving van de hele groep mogelijk. Met het oog op dit geven en nemen worden de huwelijksuitwisselingen goed strategisch doordacht want immers kan het de familie nog wel eens ten goed komen.

Tegenwoordig is deze overlevingsstrategie van geven en nemen en de daaraan gebonden sociale cohesie nog sterk aanwezig binnen de Xavante gemeenschappen maar is verval ervan wel duidelijk merkbaar. Wat er voor in de plaats komt is individualisatie en zelfverrijking.
Nu moet ik erbij zeggen dat die zelfverrijking ook in de hand wordt gespeeld door de FUNAI en de FUNASA door gebrek aan controle of corruptie. Want hoe kan het dat er verschillende Xavante pensioengeld ontvangen van de Braziliaanse overheid en nog bij lange na niet de leeftijdsgrens hebben bereikt om pensioensgerechtigd te zijn. Zelfs is er een Xavante die nog maandelijks pensioen geld ontvangt van zijn overleden vader… En zich zo de luxe heb kunnen veroorloven een televisie met satellietschotel te kopen en zich nu dagelijks afzondert van de rest om al het lekkers van de buitenwereld in zich op te nemen.

Een ding is zeker. Sinds de eerste contacten in de 18e eeuw en het definitieve contact in 1946 zijn het aan stuk door roerige tijden geweest voor de Xavante. Als het ware zittend in een onophoudelijke achtbaan nemen ze de wereld van de warazu (blanke) in zich op en laten ze er zich door overspoelen.

Ten slotte het laatste nieuws. Vanochtend op weg naar de stad vertelde Tiago de chauffeur van Caçula mij dat gisteravond in de Wara is besloten dat de mannen het werk van de pers en de ralador op zich gaan nemen. Goed nieuws dus voor de vrouwen in dit dorp. Misschien nog te vroeg om nu al conclusies te trekken, maar ik heb het gevoel, afgaande op het enthousiasme van beide dorpen en de reeds opgedane ervaringen met de mandiocapers en het fornuis, het Casa de Farinha huis veel zullen gaan gebruiken. Goed nieuws dus. Op naar de laatste loodjes en klaar is kees.

Met vriendelijke groeten

Kees van Vliet – Tserewapre

FUNAI (Fundação Nacional do Indio)
FUNASA (Fundação Nacional de Saúde)
PUMA (Proteção e Utilização do Meio Ambiente )

Nieuwsbrief II – Quasi pronto

Brazilië, 22 juni 2008.

Vanuit Caçula en Papa Mel waar de griep vol aanwezig is. Waar de kinderen met enorme snottebellen rondlopen en de ouderen zwaar hoestend toch nog maar een zelf gerolde sigaret opsteken van de zwaarste tabakken die er te verkrijgen zijn in Brazilië…

In het dorp Papa Mel is de bouw voorspoedig verlopen Er staan slechts nog een aantal werkzaamheden voor het werkelijk af is. Het is nu in de staat van quasi pronto zoals zij het hier noemen. Het meest essentiële werk wat nog te wachten staat is het installeren van het fornuis en de stalen bakplaat van één bij twee meter. Deze bakplaat komt op een muurtje te rusten van hittebestendige stenen met aan ene eind een stalendeurtje met schuif waardoor het vuur kan worden opgestookt en gereguleerd  en aan het andere eind een schoorsteen. In de volgende nieuwsbrief doe ik hier uitgebreid verslag over.

Graag had ik het fornuis al lang geïnstalleerd, het probleem is echter dat de bakplaten voor Papa Mel en Caçula nog niet zijn afgeleverd. Van het begin af aan heb ik al contact met de Funai hierover met het verzoek of zij het transport  zullen verzorgen van de bakplaten. De cacique, het opperhoofd, van Caçula die zelf voor de Funai werkt als chef do posto, als het ware een vertegenwoordiger van zijn dorp en Papa Mel, had ook belooft zich hiervoor in te zetten. Maar ja beloven en doen is hier in Brazilië niet voor iedereen even gewoon. Of het nu om een Xavante gaat of een Braziliaan, dat is om het even lijkt het wel. In eerste instantie had de Funai er geen oren naar op het verzoek in te gaan. Uiteindelijk na veel telefonisch contact en een bezoek van mij en de vici-cacique van Caçula aan het kantoor van de Funai in Agua Boa zijn wij toch tot een overeenkomst gekomen. Dit is echter ook alweer vijf weken geleden. Afgelopen zaterdag zouden de platen dan echt worden afgeleverd. Voor zover mij nu ter oren is gekomen worden ze vandaag écht afgeleverd in Matinha, het gehucht dat aan de rand van het reservaat ligt. Op goed vertrouwen wacht ik af…

Deze overeenkomst met de Funai heeft bij elkaar opgeteld enorm veel tijd en energie gekost maar het is het naar mijn idee allemaal waard  geweest om de Funai op deze manier meer bij het project te betrekken en zo dit buitenlandse initiatief te ondersteunen. Zo hebben ook zij een stuk bijgedragen en is er toch een alliantie ontstaan wat wellicht weer van pas kan komen in de toekomst.

Ondertussen hebben wij tijdens het wachten op de bakplaten niet stil gezeten. Met een royale groep aan medewerkers behoorlijk op weg met de bouw van het farinha huisje in Caçula. Bij het afbakenen van de bouwplaats is net als in Papa Mel goed gelet op de baan van de zon om de hoeveelheid schaduw te optimaliseren. Daarnaast hebben we rekening gehouden met de stromingen van het water in de regentijd, die nogal vernietigend kunnen zijn. Omdat er niet net als in Papa Mel een oude betonvloer ligt in de nabijheid van het dorp (overgebleven uit de tijd van de fazendeiros die het gebied in waren gedrongen) heb ik eerst een fundering moeten maken. Inmiddels zijn wij, ik en de Xavante, al behoorlijk op weg met het houtwerk. Eind deze week is dat klaar zodat volgende week de dakbedekking kan worden aangebracht. Dan kan er eindelijk in de schaduw worden gewerkt. Want bij tijden, als er geen wind staat, kan het nogal eens heet zijn. Het is voor mij, als niet indiaan, verstandig te werken tot elf uur in de morgen en na tweeën in de middag.

Zoals ik al eerder vermeldde heb ik hier in Caçula genoeg aanbod aan mensen die mee willen helpen. Echter nu ik na een aantal weken de mensen wat heb leren kennen heb ik ook de goede werkers er uit kunnen pikken en een goede band mee op kunnen bouwen. Want aan alleen zitten, wat sommige indianen doen, en het gebaar van een vinger die op de mond wijst als teken van honger wekte misschien wat sympathie in het begin, uiteindelijk zet het geen zoden aan de dijk. Wat dijken betreft, bij tijden leg ik nogal eens wat uit over Nederland en de wereld. Zo laatst het verhaal van Nederland en Holland en de dijken die wij daar hebben en waarom. Naar verhalen hebben de Xavante wel oren naar want nieuwsgierig zijn ze wel. Al meerdere keren is er mij al gevraagd waarom de mensen in Irak nou eigenlijk aan het vechten zijn. In groten lijnen kan ik het dan wel over brengen en ga ik te werk met handen en voeten om bijvoorbeeld oorlog uit te drukken. Ook bij de indianen staat grappen maken centraal.

In tegenstelling tot Papa Mel, waar ik in vol vertrouwen mijn spullen achter kan laten, waar mijn huisje niet eens een deur heeft , ben ik in Caçula genoodzaakt bij het verlaten van het projecthuisje waar ik nu verblijf het iedere keer zorgvuldig op slot te doen. Het is een veel groter dorp met heel duidelijk een mindere sociale controle. Uit verhalen heb ik op kunnen maken dat er in het verleden verschillende keren in het projecthuisje is ingebroken en al het eten is weggenomen  of dat er verschillende keren benzine van een motor is afgetapt. Dit laatste is mij onlangs overkomen. Twee liter, toch om en nabij de 50 á 60 kilometer, toch een rit heen en weer naar het andere dorp of naar Matinha, een gehucht aan de rand van het reservaat. Om hier geen gewoonte van te maken heb ik in de Warã duidelijk gemaakt dat ik er absoluut niet blij mee ben. Vooral omdat het van geen respect betuigd naar mij, de stichting en de sponsoren. Daarnaast omdat ik geen zin heb halverwege het reservaat met een lege tank te staan en dat ik er nogal van baal dat ik nu genoodzaakt ben de motor in het houtenhuisje  te parkeren. Om de zekerheid te vergroten dat het niet nog een keer zal gebeuren heb ik gezegd de eerst volgende keer dat ik de vrachtwagen nodig heb voor transport, drie liter minder diesel koop. Dit komt overeen met de prijs van 2 liter benzine. Misschien oogt dit wat streng maar het wordt daardoor wel goed begrepen. Het is belangrijk, vooral met deze doelgroep, om de wederzijdse verwachtingen en afspraken helder te houden. Hiermee voorkom je dat de grenzen verder opgerekt worden waarmee je toekomstige conflicten kan vermijden. Het heeft in ieder geval genoeg gespreksstof en stemverheffingen opgeleverd in de Warã.

Nu is het niet zo dat ze bij tijden alleen spullen ontvreemden van warazu’s of blanken. Onderling kunnen ze er namelijk ook wat van. Degenen die bijvoorbeeld op enige afstand van het dorp een familieakker onderhouden met mandioca, rijst, bananen, pompoenen en meloenen, komen met regelmaat van een koude kermis thuis als ze een bezoek hebben gebracht aan hun akker om te oogsten. Iemand van het eigen dorp of een ander dorp  is hun dan zojuist voor geweest. Erg jammer natuurlijk want het onderhouden van een dergelijke akker heeft enorm veel tijd en werk gekost en ontmoedigd de gedachte om opnieuw of meer te planten. Juist terwijl dit zo wenselijk is voor een volk als de Xavante. Zij zijn van oorsprong primitieve akkerbouwers en de familieakkers bieden voor hun de mogelijkheid te experimenteren met het planten van groenten en fruitsoorten waar zij nog vrij onbekend mee zijn.

Tot slot, als je kijkt naar een doorsnee Xavante gezin binnen dit dorp dan wordt er ongeveer elk anderhalf jaar wel een kind geboren. De laatste heeft misschien net zijn eerste stapjes gezet of de volgende komt er al weer aan. Een kind dat nog geen tien jaar is heeft soms wel zes broertjes en of zusjes. Nu met het griepvirus levert dit een aangezicht op van vele snottebellen.

Meer in de volgende nieuwsbrief.

Met vriendelijke groeten,

Kees van Vliet – Tserewapre